De Alstroemeria

De Alstroemeria is een wortelstokgewas. Dit wil zeggen dat er onder de grond stengels groeien die vertakkingen geven. Deze vertakkingen groeien naar boven en hieruit vormen zich de uiteindelijke bloemen. Doordat de ondergrondse stengels zich blijven vertakken, kan deze plant jaren in de kas blijven staan. In de commerciële Alstroemeria teelt wordt meestal een gewas vervangen op basis van het economisch rendement van het gewas. De Alstroemeria bezit verder nog een specifiek blad. Het blad zit namelijk gedraaid op de recht opgaande steel, zodat de onderzijde naar boven gedraaid is. In de oksels van de bladeren zitten geen okselknoppen, zodat de bovengrondse scheut zich niet kan vertakken.

Herkomst van de Alstroemeria

De Alstroemeria dankt haar naam aan de Zweedse rechtsgeleerde Clas Alstroemer (1736-1794), een leerling van Linnaeus. Deze Alstroemer berichte Linnaeus dat in de tuin van de Zweedse consul planten, toen Inka-Lelie genoemd, geteeld werden.
Behalve dat Alstroemer veel deed voor de landbouw en veeteelt, reisde hij als onderzoeker naar Zuid-Amerika (onder andere Chili en Peru). Hier vandaan stuurde hij in 1753 zaden van Alstroemeria Pellegrina naar Linnaeus. Het plantje groeide in Chili op grote hoogte onder bijzonder lichte omstandigheden, met zeker twaalf uur vol daglicht.